| Deze tekst met achtergrondinformatie en praktische richtlijnen werd samengesteld door Etienne Thiry (Luik/B), in samenwerking met Diane Addie (Glasgow/UK), Herman Egberink (Utrecht/NL), Katrin Hartmann (Munchen/D), Hans Lutz (Zurich/CH) en Hervé Poulet (Lyon/F), leden van de ‘AI task force’ van de recent opgerichte European Advisory Board on Cat Diseases (ABCD). ABCD is een onafhankelijke Raad, opgericht voor het opstellen van richtlijnen voor de preventie en aanpak van de belangrijkste besmettelijke kattenziekten in Europa. Veterinair farmaceutisch bedrijf Merial heeft bijgedragen aan de totstandkoming van ABCD en biedt financiële en logistieke ondersteuning aan de Raad. |
De onlangs in het leven groepen Europese Adviesraad voor kattenziekten (ABCD), richtte begin maart een Avian Influenza Task Force op, met als doel het opstellen van richtlijnen en achtergrondinformatie voor practici voor het geval ze geconfronteerd worden met een kat verdacht op H5N1.
Kat-achtigen kunnen zowel natuurlijk als experimenteel besmet worden met het H5N1- virus. In februari 2004 werd de eerste infectie bij de gedomesticeerde kat beschreven in Thailand1. In dat land werden ook de eerste gevallen met fatale afloop beschreven bij tijgers en luipaarden2. Het eerste experimentele bewijs voor het ziekteverwekkend vermogen van het H5N1-virus bij de kat werd vastgesteld in 20043. Eind februari werd kat dood aangetroffen op het eiland Rügen (Duitsland), en infectie door het H5N1-virus werd bevestigd, en twee andere gevallen volgden. In maart werden drie katten geïnfecteerd maar levend aangetroffen in een asiel in Graz, Oostenrijk.
Het H5N1-subtype van de aviaire influenza type A, lid van de orthomyxiviridae familie, komt voornamelijk bij vogels voor. Overdracht op zoogdieren gebeurt sporadisch, maar heeft in dat geval vaak een hoge morbiditeit en mortaliteit. Mensen, mensapen, haasachtigen, mustelidae en kat-achtigen (waaronder ook de huiskat) kunnen ziek worden en zelfs doodgaan aan dit virus4.
Een communique van de WHO (28 februari) deelde daarop het volgende mee: ‘Er is op dit ogenblik geen bewijs dat huiskatten een rol spelen bij de overdracht van H5N1- virussen. Tot dusver is er geen enkel geval bij de mens bekend die veroorzaakt zou zijn door blootstelling aan een zieke kat. Er werden geen uitbraken bij huiskatten vatgesteld.
In tegenstelling tot wilde vogels en pluimvee is er niets dat erop wijst dat huiskatten een virusreservoir vormen. Alle beschikbare bewijs wijst erop dat infecties bij de kat plaatsvinden in samenhang met een H5N1-uitbraak in wilde of gedomesticeerde vogels.’
De volgende gegevens werden vastgesteld bij experimentele infecties5. (Deze gegevens zullen wellicht moeten worden herzien en uitgebreid als verdere gegevens beschikbaar komen bij nieuw onderzoek):
Voorwaarde is dat de kat in een streek leeft waar een of meer vogels gevonden werden met een in het laboratorium bevestigde H5N1-besmetting. Als dit het geval is, dienen de volgende risicofactoren in overweging genomen te worden:
Nauw contact met een H5N1-besmette, zieke kat moet hebben plaatsgehad tijdens de eerste zeven dagen van infectie. Hoewel subklinische infectie voor een beperkte tijd mogelijk is, werden persistente H5N1-infecties tot dusver niet aangetoond.
Tot op heden (mei 2006) werd geen virusoverdracht van kat op mens beschreven. Desondanks dient men rekening te houden met het volgende:
Ten eerste dient het potentieel risico geëvalueerd te worden op basis van de voorgeschiedenis (zie boven). Als het risico reëel is, moet een klinische evaluatie worden uitgevoerd. De volgende klinische symptomen werden beschreven: koorts, slapheid, dyspnee, conjunctivitis, neurologische tekenen en snelle dood. De differentiaaldiagnose dient andere infecties met soortgelijke systemische en respiratoire verschijnselen uit te sluiten, waaronder feline herpesvirus en calicivirus, Bordetella bronchiseptica, Chlamydophila felis en Mycoplasma. Klinische symptomen kunnen alleen leiden tot een waarschijnlijkheidsdiagnose, die bevestigd moet worden door een laboratoriumtest.
De betrokken veterinaire dienst moet geïnformeerd worden en het diagnostisch laboratorium dient gecontacteerd te worden voor advies. Er zijn echter een aantal praktische regels. Voor orofaryngeale, nasale en rectale uitstrijkjes of fecale monsters:
Pathologische monsters dienen genomen te worden van de lymfknopen van de longen en het mediastinum in een 10% formol / fysiologische zoutoplossing. Het is sterk afgeraden om een influenza test in de praktijk uit te voeren.
Bescherming van dierenarts en personeel:
Bescherming van andere patiënten
Bescherming van de eigenaar en contactpersonen
Relevant web sites
World Health Organisation: http://www.who.int/en/
World Organisation for Animal Health: http://www.oie.int
European Commission, Animal Health and Welfare:
http://europa.eu.int/comm/food/animal/
1 WHO, Avian influenza A (H5N1) – update 28: reports of infection in domestic cats, 20 February 2004.
2 Keawcharoen et al., Avian influenza H5N1 in tigers and leopards. Emerg. Infect. Dis., 2004, 10, 2189-2191.
Thanawongnuwech et al., Probable tiger-to-tiger transmission of avian influenza H5N1. Emerg. Infect. Dis., 2005, 11, 699-701.
3 Kuiken et al. Avian H5N1 influenza in cats. Science, 2004, 306, 241.
4 Een volledige lijst van gevoelige diersoorten kan worde gevonden op
http://www.nwhc.usgs.gov/disease_information/avian_influenza/affected_species_chart.jsp
5 Kuiken et al. (2004) en Rimmelzwaan et al. Influenza A virus (H5N1) infection in cats causes systemic disease with potential novel routes of virus spread within and between hosts. Am. J. Pathol., 2006, 168, 176-183.
6 Maines et al. Avian influenza (H5N1) viruses isolated from humans in Asia in 2004 exhibit increased virulence in
mammals. J. Virol., 2005, 79, 11788-11800